Duurzame Dinsdag: stop de schrijfwedstrijd

Vandaag is het Duurzame Dinsdag. In Den Haag wordt traditiegetrouw een koffer vol duurzame ideeën uit de samenleving overhandigd aan het kabinet. Mooi gebaar. Maar wij kijken vandaag naar een andere stapel papier: de aanbestedingen waarin duurzaamheid zwaar meetelt op papier, en nauwelijks in de praktijk.

Onze collega Nadieh, senior inkoopadviseur, zag laatst een aanbesteding voorbijkomen waarin maar liefst 30% van de totale score naar duurzaamheidscriteria ging. Ambitieus, zeker. Maar haar eerste gedachten was niet “wat mooi”, maar kan de markt dit waarmaken? Want als het antwoord nee is, beloon je straks niet de duurzaamste inschrijver. Dan beloon je de beste tekstschrijver.

De schrijfwedstrijd is erger geworden

Dat risico heeft een naam: de papieren werkelijkheid. Een prachtig geformuleerde belofte in een offerte zegt niets over wat er tijdens het contract echt gebeurt. En dit probleem is de afgelopen twee jaar alleen maar groter geworden. Met AI schrijft inmiddels iedere inschrijver in een middag een vlekkeloos duurzaamheidsplan. Wie vaag uitvraagt (“beschrijf uw visie op duurzaamheid”), organiseert dus letterlijk een wedstrijd in tekstproductie.

De praktijk bevestigt het. Onderzoek van Bouwend Nederland laat jaar op jaar hetzelfde beeld zien: de koplopers versnellen, de achterhoede blijft hangen, en bij een flink deel van de gunningen speelt duurzaamheid nog geen enkele rol. Duurzaam bouwen lukt veel gemeenten inmiddels prima. Duurzaam aanbesteden nog niet.

Het speelveld verandert nu wel echt

Wie denkt dat het vanzelf overwaait: 2026 is het jaar waarin duurzaam aanbesteden verschuift van ambitie naar verplichting.

Er ligt sinds deze zomer een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer dat aanbestedende diensten verplicht om de milieubelasting mee te wegen bij opdrachten in de grond-, weg- en waterbouw. Wegen, bruggen, viaducten, kades, riolering: hoe lager de milieu-impact van de aanbieding, hoe hoger de waardering. De eisen worden bovendien geüniformeerd, zodat niet elke opdrachtgever zijn eigen criteria verzint.

En Brussel doet er een schep bovenop. De Europese Commissie publiceert naar verwachting dezer dagen haar voorstel voor de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen, de grootste in ruim tien jaar. Duurzaamheid is daarin expliciet benoemd als strategisch doel van publieke inkoop, naast innovatie en economische veiligheid. De richting is helder: duurzaamheid wordt geen keuzevak meer, maar onderdeel van het systeem.

Ook het denken verschuift. Onderzoek van de TU Delft voor de Rijksoverheid concludeert dat de grootste milieuwinst bij ICT-inkoop niet zit in groenere apparaten kopen, maar in minder apparaten kopen en langer gebruiken. Dat is het soort denken dat wél zoden aan de dijk zet: geen dikker duurzaamheidshoofdstuk, maar simpelweg minder spullen. De duurzaamste laptop is de laptop die je niet koopt.

Kortom: het excuus “er is geen kader” vervalt in rap tempo. De vraag is niet meer of duurzaamheid meetelt in jouw aanbesteding. De vraag is of jij het goed uitvraagt, en daarna waarmaakt.

Vier knoppen die wel werken

1. Toets de markt voordat je publiceert

Een goede aanbesteding begint lang voordat er iets op TenderNed staat. Ga via een marktconsultatie na wat er op dit moment technisch en economisch haalbaar is. Stel je eisen te hoog, dan haken partijen af en houd je alleen de reuzen over die de administratieve lasten kunnen dragen. Dan heb je onbedoeld het mkb en de innovatieve start-ups uitgesloten, precies de partijen die je nodig hebt. En eerlijk: wie kent de markt nou beter dan de markt zelf?

2. Een certificaat is een ticket to the game, geen prestatie

Hier gaat het het vaakst mis. Certificeringen zoals ISO 14001 of de CO₂-Prestatieladder zijn nuttig, maar begrijp wat ze zijn: een ticket to the game. Ze bewijzen dat een organisatie haar zaken op orde heeft en mogen dus prima een drempel zijn om aan tafel te komen. Maar ze zeggen niets over de duurzaamheid van de uitvoering van jouw opdracht. Met een goede adviseur en een certificerende instelling haalt vrijwel elke organisatie dat certificaat, zonder dat er op de bouwplaats ook maar iets verandert.

Kijk naar Rijkswaterstaat. Sinds 1 juli krijgen inschrijvers daar een fictieve korting van 2 tot 6 procent op hun inschrijfprijs, puur op basis van hun trede op de CO₂-Prestatieladder 4.0. Dat oogt daadkrachtig, maar je beloont er een organisatiecertificaat mee, niet de prestatie op dit project. Dat is diezelfde papieren werkelijkheid, nu met korting erop.

Dat het anders kan, bewijst de praktijk. De provincie Drenthe woog bij de reconstructie van de N391 de milieukostenindicator (MKI) zwaar mee in de gunning en bracht de CO₂-uitstoot van het project met ruim driekwart terug. De provincie Gelderland vroeg voor groot onderhoud aan de A326 het asfaltmengsel met de laagste MKI én de langste levensduur uit: 63 procent minder CO₂, 70 procent hergebruikt asfalt, zonder extra kosten. En de gemeente Gooise Meren hanteert de MKI sinds 2022 als vast gunningscriterium in alle GWW-aanbestedingen, terwijl lokale en regionale aannemers gewoon blijven meedingen. Dat is geen papier. Dat is meetbaar minder milieubelasting, tegen een normale prijs.

3. Maak van beloften KPI’s, en manage ze

En dan het stuk dat bijna iedereen vergeet: na de gunning. Een duurzame belofte die niet in het contract landt als meetbare KPI, met een rapportageverplichting en consequenties eraan vast, is een belofte met een strik eromheen. Leg vast wat er wordt gemeten, wie er meet, hoe vaak er wordt gerapporteerd en wat er gebeurt bij afwijking: bijsturen, malus of erger.

De gemeente Heerlen laat zien hoe dat eruitziet. Die sloot voor het asfaltonderhoud een meerjarig bouwteamcontract waarin de MKI 40 van de 100 gunningspunten bepaalt, en laat de beloofde milieuwinst elk half jaar door een extern bureau toetsen. Beloven mag, maar er wordt gecontroleerd of je het waarmaakt. Zo hoort het. De gunning is niet de finish. Het is de start.

4. Blijf proportioneel

Duurzaamheid moet passen bij de aard, omvang en impact van de opdracht. Bij infrastructuur, bouw en doelgroepenvervoer valt directe en grote milieuwinst te halen. Daar moet het zwaar wegen. Maar 30% op duurzaamheid bij een kleine levering of een specialistische adviesdienst levert vooral regeldruk op, voor inschrijver en beoordelingscommissie, zonder dat het milieu er iets van merkt. Zet je inkoopkracht in waar de impact zit.

De vraag voor Duurzame Dinsdag

De belangrijkste vraag bij de start van elk inkooptraject is dit: past dit duurzaamheidscriterium echt bij deze opdracht, of vinken we er vooral een beleidsdoel mee af? Duurzaamheid floreert niet bij standaardregels uit een la, maar bij maatwerk: uitvoerbaar voor de markt, meetbaar voor de beoordelaars, handhaafbaar voor de contractmanager en juridisch houdbaar als het spannend wordt.

Loop jij vast tussen de ambities van je organisatie en wat de markt aankan? Bel ons. Wij kennen de markt en de regels, we zeggen het eerlijk als een criterium niet deugt, en we blijven tot de afspraken ook in de uitvoering worden waargemaakt. Know it, say it, fix it. En onderweg houden we het graag leuk: enjoy the ride. Zo wordt jouw volgende aanbesteding geen schrijfwedstrijd, maar een opdracht die echt iets oplevert. Ook nadat het contract is getekend.

Good company.

Over SBMC: SBMC Organisatieadvies en SBMC Inkoopadvies helpen organisaties bij het slim innoveren, professionaliseren of simpel weg het goed uitvoeren van hun primaire en ondersteunende taken. Waar we met SBMC Organisatieadvies focussen op het adviseren over en implementeren van ISO-certificeringen, adviseren over duurzaamheid en informatiebeveiliging, focust SBMC Inkoopadvies zich op het adviseren van organisaties op het gebied van inkoop. Publieke organisaties zijn bij SBMC Inkoopadvies aan het juiste adres als ze echte experts zoeken op het gebied van Europees aanbesteden.